Gevoelens


Dit is voor mezelf een strijd geweest. Een heftige strijd en soms best wel een bittere strijd. Deze site zal voor de hoofdzaak gaan om (proberen) te verwoorden wat mijn ‘speciale’ gevoelens zijn, die ik heb als ik luiers en babykleding draag. Ik heb dit gevoel geaccepteerd van mezelf, dat ik ‘gewoon’ heftige gevoelens heb, bij de gedachte aan en het dragen van luiers.

Het is moeilijk geweest om zover te komen! Gewoon te kunnen en durven zeggen tegen jezelf, dat je kickt op het dragen van luiers. Het heeft tijd gekost en veel spanningen. Tijd omdat je moet leren omgaan met deze gevoelens en spanning omdat ik het heb proberen te verdringen. Ik kon verschrikkelijk kwaad wezen op mezelf als ik geen weerstand kon bieden aan mijn verlangen. Maar bovenal was ik dan teleurgesteld in mezelf. Ik heb me verschrikkelijk veel zorgen gemaakt over hoe ‘anderen’ wel niet over me zouden denken als ze dit van me zouden weten.

De spanning die je dan voelt en eruit komt is zo negatief. Ik was vervelend tegenover mijn omgeving. Vervelend is niet het goede woord denk ik. Het heeft niet veel gescheeld of het had werkelijk helemaal verkeerd gegaan. Constant ruzie met mijn vader. Over straat zwerven en verkeerde vrienden maken en dingen doen waar ik me nu voor schaam! Uit onvrede met jezelf uit roven gaan e.d., niet een excuus dat weet ik. Toch heb ik dat gedaan.

Thuis natuurlijk heftige ruzies hierover (en terecht), de onmacht die je dan voelt. Het ‘gewoon’ willen doen en dan iedere keer weer opnieuw falen. En iedere keer weer dat onbestemde gevoel voor die luiers, luiers, luiers. Het daar niet aan toe willen geven. En dat blijft maar door je kop blijven spoken.

De gesprekken met je ouders, die wanhopig van je worden. Het verdriet wat ze hebben en vooral dat je op een punt komt dat ze je na alle valse beloftes niet meer geloven. Je zit in een vicieuze cirkel en je voelt je steeds verder en dieper wegzakken. De ruzies zijn geen normale ruzies meer, maar worden kleine veldslagen. En dan lig je in bed met je luier om en je huilt je in slaap. Alles lukt niet meer, je vraagt je af waarom dat jou moet overkomen. Je scheldt op jezelf dat je een sukkel bent.

En je bouwt een schild om je heen. Je bent niet te benaderen. Alles wat tegen je gezegd, aan je gevraagd wordt gaat aan je voorbij. Je zegt ja en nee op de goede momenten. En weer die valse beloftes.

Ik heb nooit durven vertellen tegen mijn ouders in die periode wat me bezig hield. Ik was zo in de war, zo verschrikkelijk met mezelf aan. Ik schaamde mezelf voor mijn gevoelens. Ik wilde beslist niet die gevoelens hebben en ben een toneelspel gaan opvoeren. Flink, stoer, onaantastbaar, iedereen en vooral mijn ‘vrienden’ moesten mij als voorbeeld nemen. Ik durfde alles, ik kon alles en niets, helemaal niets weerhield me om maar de aandacht op me te vestigen als de stoerste, niets ontziende kerel.

Dit is een hele zwarte periode geweest. Een periode waar ik liever niet aan herinnerd wordt. Een periode waarin ik zelfs (en serieus!) overwogen heb om de makkelijkste weg te kiezen. Zo donker was alles. Zo erg had ik mezelf de put in geholpen.

Ik ben er bovenop gekomen. Niet in de minste plaats met behulp van lieve en begrijpende mensen om me heen en die ik daarvoor dankbaar ben.


Terug